Van je ouders moet je het hebben | Openbare les van Mariëtte Lusse

Door Tekst Ineke Westbroek
, 11 juni 2015

Leestijd: 4 minuten
 

Openbare les van Mariëtte Lusse

Ouders voelen zich enorm betrokken bij het leerproces van hun kind, maar weten vaak niet hoe, en voelen zich onzeker. Aan leerkrachten de taak hen te stimuleren en wegwijs te maken. Dat vergt nauwe samenwerking tussen school, ouders en leerkrachten. Een eyeopener tijdens de openbare les die Mariëtte Lusse (lector Ouders in Rotterdam Zuid bij Kenniscentrum Talentontwikkeling en Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie van de Hogeschool Rotterdam) 11 juni gaf aan professionals betrokken bij onderwijs en opvoeding op Zuid.

Verbonden voelen
‘Ze komen niet, wat we ook proberen.’ Een veelgehoorde verzuchting op middelbare scholen die ouderbetrokkenheid willen organiseren. Blijkbaar zijn ze niet geïnteresseerd, luidt de voor de hand liggende conclusie. Onjuist, stelt Selma Klinkhamer, directeur van vmbo De Hef in haar verhaal hoe ouderparticipatie de afgelopen drie jaar gestalte kreeg op haar school: ‘Met de juiste houding krijg je ouders wel degelijk binnen.’

Klinkhamer stapte over van een gestroomlijnde havo-vwo-scholengemeenschap in Capelle aan den IJssel, met kansrijke leerlingen en betrokken ouders. Zij kwam op een school die in een bouwval in de wijk Hillesluis moest opboksen tegen chaos, achterstand en onveiligheid. Ouderbetrokkenheid was nul.

Met de verhuizing van de school naar een fraai nieuwbouwpand aan de Slaghekstraat kwam de impuls om een nieuwe veilige school neer te zetten, waar iedereen zich met elkaar verbonden voelt. Ouderbetrokkenheid is hiervoor een belangrijke voorwaarde. Daarom werd besloten mee te doen aan het vierjarige project voor ouderbetrokkenheid vanuit het stedelijk programma Beter Presteren, waarbij vijftien scholen op Zuid activiteiten voor ouderbetrokkenheid uitvoerden. De basis hiervoor vormden de aanbevelingen uit ‘Samenwerken aan Schoolsucces,’ het promotieonderzoek van Mariëtte Lusse naar verbetering van contact tussen scholen en ouders in het grootstedelijk vmbo.

Vredestijd
Opbouwen van een persoonlijke relatie tussen school, leerlingen en ouders, direct na de kennismaking, biedt een uitgelezen kans om tot gezamenlijke afspraken te komen. Dan is het nog ‘vredestijd’ en staat men onbevangen tegenover elkaar. Cruciaal is om ouders ook te benaderen als hun kind het goed doet. Traditionele tien-minuten-gesprekken en informatiebijeenkomsten waar leraren belerend tegen ouders aanpraten, zijn op De Hef vervangen door gelijkwaardige mentor-ouder-leerling-gesprekken, waarin thuissituatie en schoolsituatie elkaar overlappen. ‘80% van de ouders hebben we binnen’, vermeldt Klinkhamer als bewijs dat elke ouder betrokken wil zijn bij school.

Deze resultaten beschouwt Lusse als voorbeeld van de door haar aanbevolen samenwerking tussen school en ouders. Samenwerking is volgens haar één van de tien door haar genoemde succesfactoren voor ouderbetrokkenheid, zoals ook vroegtijdig kennismaken, contact tussen leraren, ouders en leerlingen en schoolloopbaanontwikkeling. Lusse benadrukt het belang van loopbaanondersteuning, waarbij al vroeg overleg plaatsvindt tussen ouders, leerlingen en docenten. De werkwijzen die de vijftien deelnemende scholen hanteren, werpen vrucht af, volgens Lusse, die blij is met een aanwezigheidspercentage van ouders bij oudergesprekken op die scholen van 95%: ‘Onder die ouders heerst grotere tevredenheid dan onder ouders van scholen die alleen rapportgesprekken organiseren. Scholen die de wil hebben lukt het om ouderbetrokkenheid vorm te geven.’

Gereedschapskist
Landelijk kunnen ouders en professionele opvoeders profiteren van de aanpak die het Expertisecentrum ontwikkelde voor het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, gericht op betere kansen voor dit stadsdeel.

In aansluiting op Lusses openbare les staat een gereedschapskist klaar, waar leden van het Kenniscentrum en het Expertisecentrum praktische tools in kunnen stoppen om ouderbetrokkenheid te bevorderen. Zoals het boekje, ontwikkeld aan de hand van uitwisseling tussen ouders en leerkrachten in de schoolpraktijk, door Martine van der Pluijm (docent opleiding Pedagogiek en onderzoeker Kenniscentrum Talentontwikkeling) met manieren om samen te werken met laaggeletterde ouders. Voorname elementen: tijd nemen en werken aan wederkerigheid. Van der Pluijm: ‘Laaggeletterde ouders zijn niet passief, maar een beetje bang vanwege de taal waar het op school om draait.’

Een blokkendoos is de bijdrage van Monique Strijk (docent Maatschappijwetenschappen Hogeschool Rotterdam), die promotieonderzoek doet naar samenwerking tussen ouders en school rondom loopbaanoriëntatie: ‘Daarin zitten de bouwstenen – nu nog onbekend - waarvan ik hoop dat ze uit mijn onderzoek naar voren komen om met elkaar die samenwerking te versterken.’

Een nuttige bijeenkomst, vindt Norine Meinster, die als adjunct-directeur van basisschool Nelson Mandela werkt aan vernieuwing van de ouderbetrokkenheid op haar school: ‘Een belangrijk punt dat naar voren kwam is dat ouders niet passief zijn, maar vaak onzeker. Het is waardevol om hen te stimuleren.’

http://talentontwikkeling.hr.nl/nl/Home
http://www.emiopzuid.nl

Een reactie plaatsen