Meetup010 over De Staat van de Leraar

Door Ineke Westbroek
, 23 november 2015

Leestijd: 3 minuten
 

Overleg samen met collega’s over verbeteringen op school, kijk bij elkaar, geef feedback. Gezamenlijk slagen maken in een zakelijker aanpak, waarbij ook de zachte kant aandacht verdient. Deze punten kwamen naar voren bij de derde Meetup010 in basisschool De Globe tijdens de discussie over De Staat van de Leraar, een eigen onderwijsverslag voor en door leraren in basis- en voortgezet onderwijs en mbo.

Mijlpaal
Als ‘mijlpaal in de emancipatie van de tot voor kort weinig mondige beroepsgroep’ schreef een onafhankelijke redactie van leraren De Staat van de Leraar. Centrale vraag: hoe ervaren leraren anno 2015 hun werk en hoe past die ervaring bij alle oude en nieuwe verwachtingen die daaraan worden gesteld? De makers organiseerden hierover een enquête binnen het werkveld, interviewden een aantal leraren persoonlijk en gebruikten bestaande onderzoeken. De 800 deelnemers ventileren behoefte aan meer autonomie, waarbij zij zich bottom-up willen organiseren. Schoolteams zouden meer eigenaar willen zijn van de koers van de school.

Schokkend
Docenten hebben plezier in hun werk, maar het ziekteverzuim is relatief hoog, deels veroorzaakt door werkdruk. Schokkend noemt medesamensteller Alderik Visser (docent geschiedenis en filosofie Wolfert TTO) de uitkomst dat leraren schoolbeleid zelf willen bepalen, maar het gevoel hebben dit niet te kunnen. Herkenbaar, vinden veel deelnemers (grotendeels docenten uit basis- en voortgezet onderwijs en mbo) aan Meetup010, die samen met Alderik Visser en Anniek van Anraad (docent-onderwijsontwikkelaar Albeda College, medesamensteller van De Staat van de Leraar) discussiëren over thema’s uit de publicatie, zoals ‘werkdruk’, ‘autonomie’, ‘professionalisering’ en ‘zingeving’.

Spanning
‘Eigen initiatief wordt niet gestimuleerd’, merkt Van Anraad in de praktijk: het geeft spanning tussen verschillende niveaus in de onderwijsorganisatie. Leraren zijn onzeker over de ruimte tot eigen initiatief, die de Onderwijsinspectie wel degelijk biedt. Maar hoeveel ruimte is er en wat kan je zelf? Hierin valt een slag te maken, maar dat lukt niet door enkel tegen docenten te zeggen dat ze mogen meedenken, stelt gespreksleider Inge Spaander.

Radicalisering
Docenten voelen hoge werkdruk, doen zij dit zichzelf aan? Op top-down gestuurde scholen is de werkdruk hoger, ervaren de aanwezige docenten. In plattere organisaties voelt de werkdruk lager, constateert Visser, ‘docenten houden zich gevangen met zaken die zij zichzelf opleggen. Het boek hoeft niet per se uit, we hoeven niet zoveel te toetsen.’ Schoolleiders moeten beter selecteren in wat ze opleggen aan docenten, is een conclusie.
Behoeften van school en leerlingen zijn binnen schoolteams lastig zichtbaar te maken. Lange tijd was het ‘not done’ dit met elkaar te bespreken. Docenten waren baas in eigen lokaal. Om onderwijs te verbeteren heb je alle betrokken partijen nodig.
Voor pedagogische kwaliteit moet meer aandacht komen: bij professionalisering is dit even belangrijk als vakinhoud.
Naar aanleiding van de aanslagen in Parijs wordt aandacht gevraagd voor Islamitische leerlingen. Laat hen voelen dat ze erbij horen en geen schuld hebben: volgens deelnemers het ultieme wapen tegen radicalisering.

Wie themasuggesties heeft voor De Staat van de Leraar 2016 kan die laten weten via www.govote.at met gebruik van code 28 77 53.

www.meetup010.wordpress.com/2015   

Een reactie plaatsen